Op 14 september 2017 zat ik voor het eerst in het zeteltje bij mijn therapeute. Om 9u15. Ik had die nacht 2x moeten overgeven. Van de schrik, de stress, de spanning, … en nog wel wat meer. Was het nu echt zó ver gekomen dat uitgerekend IK psychologische hulp moest gaan zoeken en me bij de groep van ‘de gekke mensen’ moest gaan rekenen? Of dat was alleszins wat ik toen dacht.

Het ging echt niet meer. Ik sliep niet meer. Dat is ook het eerste zinnetje dat ik er daar uitkreeg: “Ik slaap niet meer”.
Nochthans was ik kort daarvoor nog op vakantie geweest: 2,5 week in de bergen met m’n gezin. Ik heb daar toen één fijn moment gehad toen ik alleen een 3000der beklom. Alle andere momenten waren met m’n kinderen en m’n vriend en waren echt de hel. Het ging niet. M’n batterij was totaal niet opgeladen.

Thuis ging het toen al heel lang niet meer goed. M’n huisarts, m’n vriend en onze gezinsbegeleidster waren ondertussen al 1,5 jaar aan’t zeggen dat ik professionele hulp nodig had. Maar ik wou dat niet horen. Psychologische hulp dat is voor de zwakke mensen. Zo was mij dat altijd geleerd en dat straalde de maatschappij ook uit. Gelukkig begint dat tij stilaan toch wel wat te keren.

Mijn toen nog vaste job als leidinggevende in de banksector had mij al die tijd nog kunnen rechthouden. Daar was ik geen mama en waren geen kinderen. Tot ik toen na m’n gezinsvakantie op het werk te maken kreeg met een piek in workload. Door de situatie thuis kon ik die niet opvangen en op een bepaald moment vloog ik uit tegen een collega. Ik kreeg ook huilbuien op het werk. Op het toilet weliswaar, ik wou niet dat iemand dat zag. Toen wist ik wél: Dit is niet normaal! Ik maakte m’n afspraak en raapte die 14de september 2017 al mijn moed bij elkaar. M’n burn-out was toen niet meer ver af, en kon zelfs niet meer vermeden worden. Het begin van een lang en heftig proces.

Ondertussen weet ik wel zeker: psychologische hulp zoeken is wél helemaal ok. Het is geen teken van zwakte, integendeel!

❤️
Annemie