Toen ik in november 2017 drie weken ver in m’n burn-out zat, besefte ik dat ik thuis niet ten volle ging kunnen herstellen. Ik kon eigenlijk niet voor mezelf zorgen want ik kon onder andere geen eten maken. ‘s Morgens en ‘s avonds waren de kinderen er dan ook nog. Véél te véél prikkels.

Daarom besloot ik toen om een tijdje naar de abdij van Averbode te gaan. En dat was zo’n goede beslissing.

Ik werd daar warm ontvangen. Ik had het toen nog moeilijk om over m’n burn-out te praten, en die geestelijken stelden geen vragen. Ze wisten waarschijnlijk wel dat het wat minder ging, maar er was geen oordeel. Ik kreeg 3 maaltijden per dag en de abdij ligt in’t midden van een uitgestrekt bosgebied. Er heerste ook absolute stilte, behalve tijdens de maaltijden. Ik herinner me nog die grote, lange, stille gangen waar ik enkel het weerklinken van mijn voetstappen kon horen. Exact wat ik nodig had. Ik had m’n oordoppen even niet meer nodig, en dat deed deugd.

Om het even te kaderen: als ik in die uitgestrekte bossen daar wandelde en ik kwam een autoweg tegen, dan moest ik m’n oordoppen indoen om over te steken. Anders kostte dat lawaai van die auto’s mij teveel energie en kwam er teveel binnen.

Ik genoot echt van die stilte. Ik kon daar stilletjes aan ook weer een kwartier aan een stuk lezen en zwierf urenlang alleen door de bossen. Ik had tijdens de maaltijden wel fijne gesprekken met een paar andere gasten en met de priesters, over uiteenlopende levensthema’s. Maar uiteindelijk wist niemand iets van mijn verhaal, en toch mocht ik meedoen. Er was ook niemand die daar achter vroeg, precies of ze voelden aan dat dat voor mij te moeilijk was om het daar over te hebben.

Als ik dan nu zo terug langs die abdij passeer, dan denk ik altijd even terug aan die periode. Ik voelde echt zo goed aan wat ik nodig had, en heb dat dan ook gevonden daar. Dat betekende een grote stap voorwaarts in mijn burn-out herstel. Ik ben nog steeds dankbaar voor de warmte, de openheid en de gastvrijheid waarmee ik daar ontvangen ben ❤️